Lijst van publicaties op deze pagina


17-07-2022 - Zelf het vermogen en aantal DAB+ zenders kiezen?

11-07-2022 - 11 juli

06-07-2022 - Van analoog naar digitaal, van een VU meter naar een dB(fs) meter en natuurlijk headroom ...

04-05-2022 - Wat is het geheim van de DAB+ geluidskwaliteit van de meeste van de landelijke radios?

13-04-2022 - Provinciaal DAB+ proefproject voor lokale radio's - een kaartje

04-04-2022 - TII (Transmitter Identification Information)

22-02-2022 - Wordt het zendvermogen beïnvloed door het aantal radio’s in de DAB+ MUX?

19-01-2022 - Proefprojecten kunnen van start gaan

22-12-2021 - TCO - welke zender, coax-kabel en antenne gebruik ik best?

08-12-2021 - The WAR on Loudness – part 2

24-11-2021 - The War on Loudness - part 1

03-11-2021 - DAB+ geluidstesten

03-11-2021 - DAB+ audiokwaliteit

22-10-2021 - Is rebroadcasten in een DAB+ SFN-netwerk mogelijk?

20-10-2021 - De gevoeligheid van een ontvanger

16-10-2021 - Hoe ver zal mijn DAB+ zender "maximaal" te ontvangen zijn?

14-10-2021 - DAB+ antennes tussen FM antennes plaatsen? Niet doen.

12-10-2021 - Hoe zit dat nu met het "type mask 2" verhaal?

10-10-2021 - Nieuws uit Limburg en West-Vlaanderen

09-10-2021 - Meeting met Kabinet Media van 4 oktober 2021

27-09-2021 - Aandachtspunten voor lokale radio omroepen i.v.m. DAB+ vergunning

21-09-2021 - Minister geeft groen licht voor DAB+ voor lokale radio

08-09-2021 - Wat zal het kosten ... deel 1

26-08-2021 - Tests uitgevoerd met een ETI-LI stream encapsulatie in ZMQ/ZMTP en verzonden over een Ubiquity link
24-08-2021 - Dank jullie wel !!!
22-08-2021 - Mag het een beetje groter zijn?
20-08-2021 - Hoe groot maken we best een MUX?
18-08-2021 - Een schijnbaar vermogen?
16-08-2021 - Zendvermogens

Zelf het vermogen en aantal DAB+ zenders kiezen?

datum van publicatie: 17/07/2022


De VRM stelt in de evaluatie volgende vraag:

"willen jullie op de huidige locaties meer vermogen of meer locaties met minder vermogen?"

"Dat is een interessante vraag", dachten we bij lokaal digitaal.

 

Tijdens een videomeeting met Gerard Lokhoff, ergens in het najaar van 2021, vertelde hij ons hoe men in Nederland regionale/lokale DAB+ geregeld heeft.

Sommigen onder jullie zullen Gerard wel kennen, hij houdt zich onder andere bezig met regionale DAB+ in de regio Eindhoven.

N.a.v. de evaluatie van het Vlaamse proefproject vroegen we hem afgelopen week meer details over hoe men het in Nederland doet.

 

Wel, daar is het simpel:  je doet er ongeveer uw goesting! Zolang je ervoor zorgt dat de zendinstallatie aan de afgesproken normen voldoet. Er zijn natuurlijk bepaalde afspraken waaraan men zich moet houden.

De toezichthouder, bij ons de VRM, bakent het zendgebied af. In Vlaanderen zou dat bijvoorbeeld een provincie kunnen zijn. Binnen dat gebied bepaalt de zenderoperator (externe of het zelf doen) het vermogen en gebruikte antenne systeem.

Ben je bijvoorbeeld tevreden met één zender van 30 Watt met twee dipolen, prima!

Liever één zender van 10 000 Watt? Ook goed.

Zeven zenders van 1000 Watt en twee van 3000 Watt? ’t Is allemaal prima!

 

Er is wel  één heel belangrijke afspraak: verder gaan dan het vastgelegde zendgebied is not done.

In Nederland heeft men daar volgende regels voor vastgelegd: na 10 km max nog 50dBuV/m en na 30km max nog 40dBuV/m.

Het is dus aan de (lokale) radio’s en hun operator om de antennepatronen, opstelpunten en vermogens zo te kiezen dat er in het afgebakende  zendgebied een zo goed mogelijke ontvangst is, maar dat je niet buiten dat toegewezen gebied komt.

Heb je ergens in het gebied een probleem met ontvangst, dan kan er een extra zender geplaatst worden. Dat moet dan wel even aan de overheid gemeld worden.

 

Technisch gezien is het natuurlijk iets ingewikkelder dan dit. Er moet er ook goed nagedacht worden over de kostprijs van deze manier van werken. In ieder geval zijn wij er 100% van overtuigd dat de Nederlandse werkwijze ook in Vlaanderen gebruikt zou kunnen worden. 


Lokaal digitaal zal in de volgende weken het technische verhaal achter deze manier van werken onderzoeken.

11 juli

datum van publicatie: 06/07/2022


Net 1 jaar geleden gaven we het officiële startschot van de werkgroep "lokaal digitaal" en lanceerden we onze website www.lokaaldigitaal.vlaanderen. Toen konden we onmogelijk voorspellen dat 1 jaar later 58 lokale radio's via DAB+ te beluisteren zouden zijn via 5 provinciale proefprojecten.


Ondertussen is die website gevuld met vooral technische dingen over DAB+, zo goed mogelijk verwoord in mensentaal. We hopen dat jullie iets hebben aan onze website en dat er een duidelijk antwoord te vinden is voor jullie vragen.


Is nu alles geschreven over die DAB+? Helemaal niet.

Heb je nog vragen over DAB+ waarover we iets kunnen schrijven? Laat het ons dan zeker weten. Als wij het antwoord niet kennen dan zoeken we naar het antwoord. Want ook wij leren nog elke dag bij.


Hou ons FB-profiel en onze website dus zeker in de gaten.

Van analoog naar digitaal, van een VU meter naar een dB(fs) meter en natuurlijk headroom ...

datum van publicatie: 06/07/2022


"Headroom bij digitale audio" ... we hebben er heel lang over gedaan om dit zo eenvoudig mogelijk uit te leggen. Geloof ons, dat was echt niet simpel.

Neem toch even de tijd om het artikel volledig en aandachtig te lezen. Want voldoende headroom voorzien, is zo belangrijk bij DAB+, STL en webstreams.

Wat is het geheim van de DAB+ geluidskwaliteit van de meeste van de landelijke radios?

datum van publicatie: 04/05/2022


Nu alle provinciale DAB+ muxen in de lucht zijn, zal iedereen al gehoord hebben dat de audiokwaliteit van de ene lokale radio’s al wat beter is dan de audiokwaliteit van de ander lokale radio.

Maar wat is de oorzaak dat het wat minder goed klinkt?



De studio


Het kan natuurlijk al mis gaan in de studio. Maar we gaan er van uit dat de audiobestanden van goede kwaliteit zijn.

We gaan er ook van uit dat de lokale radio's (zo veel mogelijk) professionele apparatuur gebruiken.


Er is natuurlijk ook de soundprocessing, maar daar gaan we het in dit artikel niet over hebben. De “ideale instelling van de soundprocessor” is immers iets heel persoonlijk. Langs de andere kant kan de soundprocessing er wel voor zorgen dat verliezen in de audioketen gecompenseerd kunnen worden. Maar ook daar zijn er grenzen.

 


De STL


Als de audio de studio perfect verlaat, waar kan het dan fout gaan?

Het kan fout lopen in de verbinding tussen studio en DAB+ provider. We doen een poging om dit zo simpel mogelijk uit te leggen.


Velen onder jullie kennen de audio-encoders van o.a. Telos, Deva, Barix en Butt (software) waarmee in de formaten mp3, LC-AAC of HE-AAC (v2) een audioverbinding van studio naar zendersite, mobiele studio naar studio of studio naar streamserver opgezet kan worden.

Maar …

Er is een groot verschil tussen de doorsnee HE-AAC encoders voor de STL zoals gebruikt door veel lokale radios

en de HE-AAC encoder voor DAB+ !


Waar zit het verschil? 
Om het met een getal te noemen: HE-AAC voor DAB+ gebruikt 960 samples per frame (s/f). Terwijl de doorsnee HE-AAC encoder gebruik maakt van 1024 samples per frame (s/f).

De DAB+ encoder heeft een AES/EBU ingang die werkt met een sample rate van 48kHz en een sample diepte van 16 t.e.m. 24 bit. De uitgang wordt in vaktermen een STI (Service Transport Interface) genoemd en wordt via het EDI-protocol verstuurd over IP (geen Icecast of RTP).


         Te onthouden: een HE-AAC encoder is geen DAB+ HE-AAC encoder



Op onderstaande tekening is te zien dat optimale kwaliteit bereikt wordt door het studio signaal rechtstreeks toe te voeren aan de DAB+ encoder. Dit is hoe de landelijke radios hun signaal afleveren aan de DAB+ encoder.

Ze gebruiken hiervoor de hoogste kwaliteitsstandaarden zoals .wav files als bronbestanden en AES/EBU tot aan de DAB+ encoder.

Drie mogelijke scenario's voor DAB+


Hoe doen de lokale radios het momenteel?

Men plaatst een audio-encoder in de studio en gebruiken meestal MP3. Op enkele uitzonderingen na wordt zelfs de webstream (128 a 192 mp3) gebruikt. Nochtans is HE-AAC zoveel beter bij gebruik van lagere bitrates. Het afstappen van de vertrouwde MP3 lijkt een groot probleem. Gelukkig hebben we we via via opgevangen dat enkele lokale radio’s toch een (HE of LC) AAC-stream gebruiken voor de STL.


Eerst MP3 of (HE-/LC-)AAC (STL) en dan HE-AAC (DAB+ encoder) is een omzetting teveel. Bovendien is gebruik van 44,1 kHz als sample frequentie uit den boze bij DAB+.


Gebruik gewoon HE-AAC 48kHz. Je hoeft niet boven de 96kbps te gaan want je hoort geen verschil meer. Bovendien is een lagere bitrate een garantie om het risico op uitval te verminderen. Men blijkt vooral te vergeten dat publiek Internet een “best effort” netwerk is en zal blijven.

De extra omzetting(en) in formaat en bitrate in de STL zijn de oorzaak van KWALITEITSVERLIES.




Velen weten niet dat DAB+ een modulair systeem is waar men de verschillende functionele blokken op verschillende plaatsen kan plaatsen. Zoals de MUX niet bij de zender hoeft te staan, hoeft ook de DAB+ encoder niet bij de MUX te staan.

De DAB+ encoder kan in de studio geplaatst worden en de verbinding tussen encoder en MUX kan over een IP-netwerk gebeuren (bv. Publiek Internet).

De data rate over het Internet kan dezelfde zijn als deze gebruikt bij de DAB+ transmissie en je krijgt optimale kwaliteit zonder enige bijkomende omzetting. Vraag is dan waarom doet men dit niet in de praktijk?


Lokaal Digitaal heeft reeds testen gedaan met een ODR-encoder over Internet geconnecteerd aan de ODR-MUX en dit werkt perfect. Het proefproject loopt nog enkele maanden, er is dus nog wat tijd om hiermee al eens aan de slag te gaan, zodanig dat na de proefprojecten alle lokale radio’s de kwaliteit van de landelijke radio’s kunnen evenaren.

Provinciaal DAB+ proefproject voor lokale radio's - een kaartje

datum van publicatie: 13/04/2022


Dit zijn alle zenders van de provinciale DAB+ muxen op 1 kaartje:

Je kan de kaart ook downloaden

TII (Transmitter Identification Information)

datum van publicatie: 04/04/2022


Wat is TII eigenlijk?


De TII kan (maar hoeft niet) uitgezonden worden door een DAB-zender. Toch maken zo goed als alle DAB-zenders gebruik van deze TII identificatie.

De TII bestaat uit twee getallen: het “main id” (0 tem 69) en het “sub id” (0 tem 23). Met deze twee getallen kan een code samengesteld worden die een DAB-zender identificeert.

Let op, het gaat hier enkel om de identificatie van de zender zelf. Daarom heeft deze identificatie ook niets te maken met de MUX of de individuele content. De TII kan dan ook enkel ingesteld worden op de zender.


De TII wordt door bijna geen enkele consumenten DAB-ontvanger gebruikt. Deze informatie heeft immers weinig nut voor de luisteraar. Het kan echter wel voordelen bieden voor de broadcasters en DAB-operatoren.

Dankzij de TII kan gecontroleerd worden welke zenders op bepaalde plaatsen ontvangen worden. Met een database kan de zender identificatie gelinkt worden aan technische gegevens zoals de coördinaten van de zendersite, vermogen, etc… . Ideaal dus om (bijvoorbeeld) een SFN DAB+ mux te monitoren.


Met SDR software zoals QIRX kunnen de zendersites zelfs op een kaart weergegeven worden. Ook de afstanden tussen de zenders onderling en de afstand tussen ontvanger en zenders kunnen op het scherm afgelezen worden.

Waarom willen wij hierover iets schrijven?


Het hele verhaal begon toen onze monitor site, die gebruikt maakt van QIRX-SDR-software, plots heel raar ging doen als onze antenne naar kanaal 10B in Brussel keek. De “main id” en “sub id” reageerde heel bizar. Het aantal en de codes van de "main en sub ID's" veranderde namelijk constant.

Onze antenne zag mogelijk de site van Brussel en de site van Leuven terzelfdertijd. Maar was dat de verklaring …?


Uiteindelijk is onze conclusie dat DAB+ in Vlaams Brabant geen zenderidentificatie (TII) gebruikt. Blijkbaar wordt in die situatie de software toch door iets getriggerd, met als gevolg dat er lukraak ID's op het scherm weergegeven worden.

Daarom gingen we ons even verdiepen in het onderwerp.

We ontdekten dat de TII niet beheerd wordt door de overheid (VRM), zoals dat bij FM wel gebeurt met de “RDS PI code”.

Wie beslist dan over het toekennen en het gebruik van deze TII identificatie?

Blijkbaar hebben de operatoren in Vlaanderen daar vrij spel en kan iedereen zonder enige coördinatie zomaar codes kiezen, wat toch wel verwonderlijk is. We zijn er ons natuurlijk van bewust dat TII van de zender een optie is en dat de keuze kan gemaakt worden om TII al dan niet toe te voegen. Maar het is wel een nuttige uitbreiding van DAB.

De TII-optie wordt nu al in Oost-Vlaanderen en Limburg gebruikt. Om te weten wat de provinciale projecten in West-Vlaanderen en Antwerpen gaan doen, is het nog even afwachten tot hun SFN-netwerken in de lucht zijn.




Welke codes zijn reeds in gebruik door de Vlaamse DAB zenders?


De TII codes van de Vlaamse DAB+ zenders (publiek & commercieel) staan op volgende website: http://www.wohnort.org/dab/belgium.html#Vlaanderen

 

Technische noot:

ieder SFN netwerk krijgt best eenzelfde “main id” en de zenders binnen het netwerk elk een “sub id”.

Als je het “sub id” van elke radio omroep iets verder uit elkaar legt, is het mogelijk dat ze beter te detecteren zijn (“sub id” wordt vastgelegd door de plaats van draaggolven). Dus “sub id” 2 en 3 verschillen slechts één plaats in het spectrum.

Daarentegen verschillen “sub id” 2 en “sub id” 8 zes plaatsen in het spectrum en liggen dus verder van elkaar, wat mogelijk fouten bij detectie kan vermijden.

De "grote jongens" gebruiken van 1 t.e.m 9 voor het “main id”. We concluderen dat 10 t.e.m 69 dus vrij is.

 

De Oost-Vlaamse en Limburgse DAB+ muxen gebruiken respectievelijk “main id” 13 en 14. Het zou dan ook logisch zijn dat de resterende 3 provincies “main id” 15, 16 en 17 gaan gebruiken. De drie zenders in een SFN netwerk kunnen dan een “sub id” gebruiken tussen 1 en 23, met voldoende spatie om detectie te vergemakkelijken.

Dit is natuurlijk maar één van de vele mogelijkheden. Misschien is het een idee dat de lokale DAB+ operatoren onder elkaar afspreken hoe ze dit kunnen organiseren.

Wordt het zendvermogen beïnvloed door het aantal radio’s in de DAB+ MUX?

datum van publicatie: 22/02/2022


Blijkbaar is er onduidelijkheid over de reikwijdte van een DAB+ zender. Sommigen denken dat die kleiner wordt naarmate het aantal omroepen op de MUX groter wordt. Daarom zochten we 1 en het ander op.


Internet geeft ons toegang tot heel wat informatie over de technische aspecten van DAB+. Helaas zijn er ook specifieke zaken die men moeilijk of helemaal niet terugvindt op Internet. Of het zendgebied van een DAB+ zender nu wel of niet beïnvloed wordt door het aantal stations in de MUX, is zo’n vraag waar men moeilijk of geen informatie over vindt.
Maar misschien is dit ook een teken dat de vraag eigenlijk niet hoeft gesteld te worden.


Het antwoord komt misschien wel uit een onverwachte hoek. We vonden volgend document van R&S (Rohde & Schwarz): “DAB Transmitter Measurements for Acceptance, Commissioning and Maintenance”. In "Sectie 3.1 Power" vinden we volgende zinnetje:


The average power of the 1.536 MHz DAB signal is not dependent on the signal contents, but is rather constant.


Wat wijst dat het aantal stations in de DAB MUX geen invloed heeft op het DAB+ zendvermogen.



(Update 24 april 2022)


Een bijkomend doorslaggevend bewijs wordt geleverd in het ETSI 300 401 document, zie hoofdstuk 13 “Common Interleaved Frame”.
Daar staat duidelijk het volgende vermeld:
If the set of subchannels do not fill the whole CIF, all unassigned CUs shall take the value of the (i+1) th bit of the PRBS defined in clause 10.


Vertaald zegt deze paragraaf dat indien het aantal subchannels (aantal radiostations in de mux) het CIF (frame) niet volledig opvullen, de lege CU's opgevuld zullen worden met padding bits. "PRBS" staat voor Pseudo-Random Bit Sequence die beschreven staat in Hoofdstuk 10 van hetzelfde document voor energetische dispersie.


Indien lege CU's (lege capaciteit van de MUX) opgevuld worden met Pseude-Random Bit sequenties, betekent dit ook dat deze bits uitgezonden worden en dus ook hun deel van het zendvermogen gebruiken.


De draaggolven veranderen ook iedere symbool van fase. Dit wordt verklaard door Hoofdstuk 14.7 waar men zegt dat DAB+ gebruikt maakt van "differtiële fase modulatie van de vorm π/4-shift D-QPSK".


Dit levert voldoende bewijs om met 100% zekerheid te bewijzen dat

het aantal stations in de mux geen enkele invloed heeft op het zendvermogen van de DAB+ zender!!!

Proefprojecten kunnen van start gaan

datum van publicatie: 19/01/2022


Veel succes aan de 5 proefprojecten !

https://radiovisie.eu/blad-1380-lokale-dab-veronica-auteursrecht


Voorlopig houden wij ons even op de achtergrond. Ondertussen blijven we nadenken over manieren om op een dag alle lokale radio's op DAB+ te kunnen laten uitzenden.

TCO - welke zender, coax-kabel en antenne gebruik ik best?

datum van publicatie: 22/12/2021


We weten dat veel bedrijven al een hele tijd een korte termijnvisie hebben. De “TCO” (Total Cost of Ownership) wordt daarom niet altijd in beschouwing genomen.

In tijden waar energieprijzen stijgen en waar men bijna zeker is dat energie morgen duurder zal zijn dan vandaag, wordt de kost voor energie een belangrijke post in de boekhouding van de lokale radio.

Eén van de belangrijkste energieverslinders is natuurlijk de zendinstallatie. Die verbruikt namelijk 24/7 het hele jaar door energie. Wetende dat een jaar 8760 uren telt, kan je dan ook snel het jaarlijks verbruik van je zendinstallatie uitrekenen. Je vermenigvuldigt het verbruik van de installatie in kilo Watt met 8760 uur en je hebt onmiddellijk het jaarlijks energieverbruik in kWh.

 

Er zijn verschillende manieren om het verbruik van de zendinstallatie te laten dalen.

1. Efficiente zender met hoog rendement (bv geschakelde voeding).

2. DAB-zender met energiearme zijbanden

3. Verliesarme coaxkabel

4. Antennes met hoge winst


Wij raden radiostations aan om voor ieder van deze punten niet alleen naar de aankoopprijs te kijken maar zeker ook naar de TCO. We willen dit concreet even uitleggen.

 


1. Efficiente zender


Uiteraard gaat een efficientere zender een hogere aankoopprijs hebben. Maar in plaats van enkel naar de aankoopprijs te kijken, is het een goed idee om  het verschil in jaarlijks elektriciteitsverbruik tussen de twee zenders te vergelijken. Zo kan je berekenen in hoeveel maanden/jaren het verschil tussen duurdere en goedkopere zender is teruggewonnen.


Uit ervaring weten we dat de duurdere zender niet alleen beter zal zijn, maar tevens ook goedkoper zal zijn in TCO. Bovendien gaan kwalitatieve zenders langer mee en zal de operationele kost over de levensduur lager zijn.

We bedoelen hiermee niet dat iedere lokale radio nu "Rohde & Schwartz" zenders moet aanschaffen. We willen gewoon als tip meegeven om niet enkel met de aankoopprijs rekening te houden. Bereken op zijn minst even de TCO van de verschillende zenders die binnen jullie budget passen. Enkel zo maak je de juiste en goedkoopste keuze.


Het in de hand houden van maandelijkse kosten, die onvermijdelijk volgen na aankoop van de zender, is meestal het succes van een lokale radio.

 


2. Energiearme zijbanden


Energie in de zijbanden is bij DAB onvermijdelijk. Maar de ene DAB-zender heeft minder energierijke zijbanden dan de andere. Vooral duurdere zenders hebben vernuftige technologie aan boord om deze energie zo laag mogelijk te houden. Denk maar aan DAB zenders met DPD of ADPD (Adaptive Digital Predistorsion, zie ook ons artikel "Wat is DPD (Digital Predistorsion)").


De energie in de zijbanden ben je sowieso kwijt. De zender zal dus meer verbruiken om hetzelfde DAB+ vermogen af te leveren. Deze energie moet je uit het zendsignaal filteren d.m.v. een caviteit die deze energie zal omzetten in warmte.



3. Verliesarme coaxkabel


Hoe dikker de coax-kabel, hoe duurder maar ook hoe minder verlies er in de kabel zal optreden. Dus ook de coaxkabel zal een bepaalde energie omzetten in warmte, energie die je je dus niet aan de antenne kan afgeven. Ook hier is het dus van belang om niet enkel naar de aankoopprijs te kijken, maar ook naar de TCO. M.a.w. hoeveel energie ga ik op bv 10 jaar verliezen in mijn kabel? Want dit ga je jaarlijks zien in je elektriciteitskosten.

 


4. Antenne met hoge winst


Ook de antenne kan voor flinke besparingen zorgen. Stel dat je met de ene antenne een 500W zender nodig hebt om 1kW ERP te maken en met een andere antenne slechts 250W voor 1kW ERP, dan verbruikt de 250W zender wel de helft aan energie dan de 500W zender.

Ook hier staat dus men best even stil bij de TCO en zeker niet enkel bij de aankoopprijs. Als je de antenne 10 jaar gebruikt, heb je 87600 uren dat je 250W minder verbruikt aan elektriciteit! Dit is bijna 22 MWh. Laatst klommen groothandelsprijzen van elektriciteit boven de 250 euro/MWh. We spreken hier dus van een verschil dat op 10 jaar zeker een verschil van 5.500 euro.

 

Hou er wel rekening mee dat een antenne geen "actieve versterker" is. De winst van een antenne(systeem) beïnvloed altijd het stralingsdiagram. Maar dat kan in specifieke gevallen ook een voordeel zijn: met (bijvoorbeeld) 2 dipolen kan er al tilting toegepast worden.



Conclusie


Laat jullie niet leiden door de éénmalige aankoopprijs maar bekijk steeds de "TCO over een aantal jaar". Spreidt de aankoopprijs over een langere termijn van 5 of zelfs 10 jaar.

Naast de aankoopprijs moet je alle onkosten zoals onderhoud en energiekost zeker in beschouwing nemen om de juiste keuze te maken.

Uiteindelijk zal een lokale radio daar zijn voordeel uit halen.   

The WAR on Loudness – part 2

datum van publicatie: 08/12/2021


We vroegen ons af hoe het met onze nationale DAB+ gesteld is. Maar we vroegen ons ook af hoe we lokale radio’s kunnen overtuigen om de richtlijn van een loudness van -15 LUFS te gebruiken voor uitzendingen op DAB+.


Lees ook eens volgende artikel van “Radioworld”: https://www.radioworld.com/tech-and-gear/new-guidance-for-audio-processing-streaming. In dit artikel verwijst men naar "AES Technical Document AESTD1008.1.21-9 Table 2" waar men voor popmuziek zelfs -16 LUFS aanbeveelt (voor streaming).


We besloten om enkele radiostation te gaan meten met de "Orban Loudness meter". We schrokken ons echter een bult toen we de meetresultaten zagen. Hieronder voorbeelden van enkele radiostations die via DAB+ in de lucht zijn in Vlaanderen.


We willen opmerken dat de ORBAN Loudness meter met LKFS (Loudness K-factor Full Scale) werkt, wat de oude benaming is voor LUFS. Beide zijn dus 100% identiek.


Radiostation 1

Op lange termijn heeft dit radiostation een loudness van -7,1 LKFS. Het verschil tussen het hoogste loudness niveau en het laagste loudness niveau (LRA - Loudness Range) is amper 5,8 (dB).


Conclusie:  weinig dynamiek en meer dan 7 LUFS boven het aanbevolen niveau van -15 LUFS.


De PPM-meter toont veel pieken boven de aanbevolen -1dBfs. Het risico bestaat dus dat de audio overstuurd is waardoor de kans hoog is dat er harmonische vervorming zal optreden.



Radiostation 2

Op lange termijn heeft dit radiostation een loudness van -12,7 LKFS. Het verschil tussen het hoogste loudness niveau en het laagste loudness niveau (LRA - Loudness Range) is 9,5 (dB).


Conclusie: iets meer dynamiek en 3 LUFS boven het aanbevolen niveau van -15 LUFS.


De PPM-meter toont geen pieken boven de aanbevolen -1dBfs. Hier is er dan ook geen risico dat de audio overstuurd wordt.



Radostation 3

Op lange termijn heeft dit radiostation een loudness van -15,7 LKFS. Het verschil tussen het hoogste loudness niveau en het laagste loudness niveau (LRA - Loudness Range) is 7,8 (dB).


Conclusie: vooral de LUFS zitten op het aanbevolen niveau van -15 LUFS.


De PPM meter toont (behalve enkele korte momentopnames) weinig pieken boven de aanbevolen -1dBfs, men zit er gemiddeld zelfs een dikke 3dB af. Het risico dat de audio overstuurd wordt, bestaat dus ook niet.

 


Besluit:


We stellen vast dat (op enkele uitzonderingen na) radiostations die op DAB+ uitzenden de aanbevelingen niet volgen. De reden voor het niet volgen van deze aanbevelingen zal wellicht de erfenis van FM zijn. Men kan DAB+ niet op het kwalitatief loudness niveau brengen omdat op FM identieke loudness niveaus gebruikt wordt en dat beide systemen nog een hele tijd naast elkaar blijven bestaan. Voor autoradio’s die automatisch tussen DAB+ en FM switchen, is hetzelfde loudness niveau immers heel belangrijk.


Iets om over na te denken:


Wil je een radiostation met een goeie audiokwaliteit, dan is het belangrijk om zoveel mogelijk aandacht te besteden aan:


- de audioverbinding tussen studio en zendersite of DABmux

- de geluidsniveaus en loudness in de soundprocessing keten

 

Omdat ook wij al jaren meedraaien in het radiowereldje, beseffen we heel goed dat het niet altijd gemakkelijk is om een goed compromis te vinden tussen goede audiokwaliteit en "de luidste willen zijn". Op de overvolle FM-band kan je het argument "de signaal/ruis verhouding willen verbeteren" gebruiken om zoveel mogelijk loudness te gebruiken, op DAB+ is dat argument niet meer aan de orde.


Wil je jouw radiostation op DAB+ dan toch "anders laten klinken dan de anderen", is het misschien een idee om "een betere audiokwaliteit te hebben dan de andere"(?).


Hou er rekening mee dat ook in de muziekwereld al jaren een "loudness war" bezig is. Niet alleen bij nieuwe muziek, maar ook bij "remasters" van muziek van jaren geleden die op CD uitgebracht wordt en/of via download beschikbaar is. Als radiostation nog eens (dikwijls te veel) loudness toevoegen is dus eigenlijk overkill.

We schrijven niet dat je de soundprocessing moet uitschakelen, integendeel. Maar stel die in met de gedachte "less is more".


Lokale radio’s die niet zullen/kunnen meedoen met het DAB+ proefproject moeten zeker niet wachten tot de dag dat er een regelgeving is voor lokale DAB+. Nu al aandacht besteden aan de audiokwaliteit van de webstream en het FM-signaal is iets waar jullie dagelijks mee bezig moeten zijn.


Het zou mooi zijn moest in Vlaanderen, zoals in Noorwegen, de landelijke radio’s eens de koppen bijeensteken over deze overdreven loudness die ze de lucht in sturen. Men beseft nog steeds niet dat men de hoogstaande digitale technologie op een absurde en totaal verkeerde manier aan het gebruiken is. En ook DAB+ ontsnapt er blijkbaar niet aan.

The War on Loudness - part 1

datum van publicatie: 24/11/2021


The so-called “Loudness War” is entirely based on a modern myth – a fairy-tale full of nonsense that has somehow hypnotised the entire music industry for the last ten years – and is permanently damaging the music we listen to as a result.

Bron https://dynamicrangeday.co.uk/about/

 


Naar aanleiding van reacties komende van de VLaamse lokale radio's, merken we dat er een sterke gedachte leeft dat DAB+ eigenlijk geen goede klankkwaliteit heeft. We schreven hierover al een artikel (03-11-2021).

Onze conclusie is dat DAB+ wel degelijk goed kan klinken maar dat het allemaal te maken heeft met de kwaliteit van het bronmateriaal en hoe we de DAB+ audio naar de DAB-provider transporteren.


Met dit artikel willen we het even hebben over de absurde wedloop naar steeds luider klinkende radio, en het psycho-akoestisch fenomeen dat onstond in de vroege jaren ‘90 van de vorige eeuw.


Vandaag zien we eindelijk organisaties van audiofielen opstaan die petities starten om deze waanzin te stoppen. De radiomaker heeft vandaag fantastische geluidsdragers ter beschikking, dynamiek van 90dB (16-bit) en zelfs tot 138dB (24-bit) leggen quasi geen enkele beperking meer op qua dynamiek en signaal ruis/verhouding.

Waarom maakt men daar geen gebruik van?
Dit in tegenstelling tot de jaren ‘80 waar vinyl en magneetbanden ons toegang gaven tot een dynamiek van iets meer dan 50dB wat een serieuze beperking was.


En nu we de technische middelen hebben, gebruiken we ze niet. Dit terwijl men in de jaren ’80 probeerde de beperkte dynamiek te verbeteren (zie o.a. Dolby), gaat men nu dynamiek gewoon met het vuil buitenzetten, ondanks dat digitale toestellen een geweldige dynamiek toelaten.


De klankkwaliteit van de huidige radiozenders mist heel wat diepte, detail en contrast. Men kiest al jaren voor loudness i.p.v. kwaliteit. Het is nochtans zelden dat de radiowereld over die dikwijls overdreven loudness klaagt. Blijkbaar bepalen de radiobazen met de marketingargumenten hoe radio moet klinken, zonder naar de technische argumenten van de audio-engineers te luisteren.

Vandaag bestaat er nog geen enkele loudness norm voor DAB+. We hopen dus dat radiobazen wat intellect in de DAB+ arena gooien. Een tip: kijk zeker niet naar de grote landelijke jongens, want ook daar is vandaag ook de dynamiek en kwaliteit ver zoek.

 


Moeten we loudness (audiocompressie) dan volledig bannen bij radio?


We denken dat dit in de huidige technische context onmogelijk is, maar we geven als raad mee "om niet te flirten met de grenzen van compressie". Laat de dynamiek die DAB+ toelaat overeind (doseer met mate), het komt de kwaliteit van jullie uitzending ten goede.


 

Wat zijn de risico’s wanneer men de grenzen gaat opzoeken?


1. Het risico bestaat dat pieken boven de maximale haalbare grens belanden (boven 0dBfs) en dus gewoon afgekapt worden. Hierdoor gaat de harmonische vervorming toenemen. En vervorming is iets dat niemand wil. Of hebben we het verkeerd?

2. Teveel compressie gaat inderdaad luid klinken, maar je verliest essentiële kwaliteit, kwaliteit waar we toch de mond van vol hebben.


4. Weet dat muziek met weinig dynamiek vermoeiend is om naar te luisteren. Het gevolg is dat de luisteraar, die mee het succes van een radiostation bepaalt, vlugger zal afhaken.

 


Een loudness standaard voor DAB+?


Een constant loudness niveau van alle DAB+ kanalen zou de DAB+ luisteraar ten goede komen. Gebaseerd op ITU-R BS.1770 heeft het ITU drie parameters gedefinieerd:


- Programme Loudness

- Loudness Range

- True Peak Level


Deze worden beschreven in de "aanbeveling R 128". In Noorwegen heeft men "loudness normalisatie" toegepast op hun DAB+ muxen. In Vlaanderen zal men er rekening moeten mee houden dat FM nog steeds in dienst is, parallel met DAB+. De doelstelling van -23 LUFS (0dB LU "Loudnes Units") zoals gedefinieerd in "R 128" zal onvoldoende zijn om het niveau van FM te benaderen (omschakeling tussen DAB+ en FM en omgekeerd). Uit de ervaring van Noorwegen weten we dat de loudness rond -15 LUFS zal moeten liggen wanneer FM nog parallel met DAB+ gebruikt wordt.


In volgende artikels zullen we hier nog dieper op ingaan. Maar we hopen alvast dat lokale radio’s in Vlaanderen zullen streven naar een correcte en gemiddelde loudness (max -15 LUFS) voor al hun kanalen op de 5 MUXEN van het proefproject.

DAB+ geluidstesten

datum van publicatie: 10/11/2021


Om er zeker van te zijn dat het DAB+ systeem niet de oorzaak is van de (dikwijls) povere klank van veel radio omroepen die via DAB+ uitzenden, hebben we DAB+ even aan de tand gevoeld.


Nog een reden van deze test is dat er in West-Vlaanderen 24 radio’s geïnteresseerd zijn in het DAB+ proefproject.

Hoe krijg je al die radio’s op één mux?

Dat kan door de bitsnelheid te laten zakken tot 48kbps. Maar hoe goed klinkt dat nog, die 48 kbps?



1. De test


Met "Adobe Audition" hebben we van enkele FLAC-bestanden (komende van CD en LP) een wav-file van bijna 3 minuten gemaakt. Die wav-file werd afgespeeld met VLC en via "virtual cable" naar de stream software "Butt" gestuurd.

 

We hebben Butt laten streamen in volgende formaten:

320 en 192 mp3 44.1 kHz

320 en 192 mp3 48 kHz

96 en 256 aac+ 48 kHz

 

Voor DAB+ werden volgende bitrates gebruikt:

96, 64 en 48 kbps

 

De wav-file werd ook rechtstreeks in de ODR DAB(+) software afgespeeld, zonder te streamen via Butt dus. Je kan dit vergelijken met de output van de radiostudio die je via een geluidskaart met de ODR audio-encoder verbindt.


Belangrijk: in geen van de streams werd soundprocessing toegepast. De muziek in de wav-file is dus hoe de muziek op de CD of de LP staat.

Het is evident dat een goeie, correct ingestelde soundprocessing ervoor kan zorgen dat de klank verbeterd kan worden.


Alle voor de test gebruikte STL-stream formaten zijn via de hierboven vermelde DAB+ bitrates uitgezonden en met een “Blaupunkt DAB`n`PLAY 370 DAB+” ontvangen.

De line-output van de ontvanger werd verbonden met een line-input van een mengtafel.

De mengtafel is via USB (2 kanaals - 16 bit - 48 kHz) met een HP Desktop PC verbonden.

Het audiosignaal werd opgenomen met "Adobe Audition".

Die opname werd in een wav-file opgeslagen.



2. De resultaten:

 

Je kan de files downloaden via volgende links. De download van elke file start wanneer je op de link klikt.

Gebruik "WinRar" of "7-zip" om de RAR-files uit te pakken.

De bestandsnaam geeft aan over welke test het gaat.

Mocht er toch een probleem zijn om de files te downloaden, stuur ons dan een mail.


Originele wav-file

DAB+ via Butt in 192 en 320 kbps 44.1 kHz mp3

DAB+ via Butt in 192 en 320 kbps 48 kHz mp3

DAB+ via Butt in 96 en 256 48 kHz aac+ 

Wav in ODR


Oordeel zelf wat de beste kwaliteit geeft.

Maar oordeel ook wat nog "aanvaardbaar" zou kunnen zijn wanneer je via een betaalbare DAB+ radio zou luisteren, niet elke luisteraar luistert immers via een hele dure geluidsinstallatie.



3. Onze conclusie:


Wanneer iemand beweert dat "de klank van DAB+ op niks trekt", dan ligt dat niet aan het DAB+ systeem op zich, maar aan de manier waarop de radio omroep hun audio naar de DAB+ MUX stuurt.


Zoals we verleden week in ons artikel "DAB+ audiokwaliteit" schreven, is de audio-encoder in de studio plaatsen echt wel een must om optimale geluidskwaliteit te garanderen.

DAB+ audiokwaliteit

datum van publicatie: 3/11/2021


Regelmatig lezen en horen we veel negativiteit i.v.m de audiokwaliteit van DAB+. Is de klank van DAB+ nu echt zo slecht? Of is er iets anders wat maakt dat sommige radio omroepen die via DAB+ uitzenden dikwijls slecht klinken?


DAB+ is een DIGITAAL transmissiesysteem, daarom geldt de regel “what goes in, comes out”.


Als een CD slecht klinkt dan ligt dit niet aan de CD maar aan de opname. Als een webstream niet te pruimen is, heeft dit niets te maken met het internet maar met de kwaliteit van de audio-encoder en de kwaliteit van de audio die men in de streamer stopt.


Voor DAB+ is dat hetzelfde verhaal.


De enige en correcte conclusie is dat audiokwaliteit via DAB+ bepaald wordt door wat men er in stopt nml. het studiosignaal en de manier waarop men deze audio naar de DAB+ zender of operator transporteert.


Het afleveren van een webstream aan de DAB+ operator kan één van de oorzaken zijn van de slechte DAB+ audiokwaliteit. Daarom raden wij aan het signaal uit de mengtafel rechtsreeks te coderen in het DAB+ formaat (HE-AAC v2 bij 48kHz sample rate), een formaat die de DAB+ MUX bij de provider rechtsreeks aanvaardt. De DAB+ audio-encoder wordt dus in de studio geplaatst.


Het gebruik van de DAB+ audio-encoder van de provider, die met met een internet-audio-stream gevoed wordt, kan aanvaardbaar zijn in een opstartfase (lage kostprijs) maar zal nooit de optimale audiokwaliteit afleveren.


Er bestaan allerhande DAB+ audio encoders die in de studio kunnen geplaatst worden. Deze hebben verschillende audio-ingangen zoals analoge XLR-ingangen, AES/EBU ingang en zelfs opties voor livewire ingang die een connectie in het “livewire LAN” van de studio toelaten (bv. via een Omnia processor voor DAB+ met livewire aansluiting).


De in de studio geplaatste encoder levert het zogenaamde “DAB STI-signaal” af (Service Transport Interface) die kan verstuurd worden over een IP-netwerk (Internet of privaat MPLS-netwerk). De DAB+ MUX kan zonder enige digitale omzetting het STI-signaal gebruiken en opnemen in de MUX. Dit levert de meest optimale kwaliteit die men met DAB+ kan verkrijgen.


Elke andere opstelling zal kwaliteitsverlies opleveren.


Wij willen ook wijzen op het feit dat private IP-verbinding over een MPLS netwerk vandaag amper nog duurder zijn dan kwalitatieve publieke internet-verbinding. Het Internet is en blijft een “best effort” netwerk zonder enige garantie. Het publieke Internet gebruiken voor een STL (Studio Transmitter Link) blijft een enorm risico voor wat betreft de beschikbaarheid van een radiostation. Iedere radiomaker moet dit risico analyseren en er de nodige conclusies uit trekken.

 

Volgende week zullen we met behulp van DAB+ opnames aantonen dat de klank van DAB+ echt wel goed kan zijn.

Is rebroadcasten in een DAB+ SFN-netwerk mogelijk?

datum van publicatie: 22/10/2021


Het antwoord is JA … en we hebben er zelfs twee gevonden:

- TX Digicast TX-OCR200 DAB Rebroadcast Zender.

- Halo digital SFN repeater



Is het dan een oplossing voor de verdere ontwikkeling van DAB+ in Vlaanderen?


Dit is een moeilijke vraag die niet enkel draait om de technische aspecten van dergelijke toestellen. Er is alvast een mogelijkheid om kleinere gebieden waar DAB+ ontvangst problematisch is, toch te voorzien van een degelijke DAB+ signaal.


Voor de technische uiteenzetting hoe een DAB+ zender een ontvangen signaal terug kan uitzenden op dezelfde frequentie (DAB+ kanaal), verwijzen we graag naar onze technische uitleg voor gevorderden.


Het feit dat FM een analoog signaal is en dus niet met zendsymbolen werkt, laat dus ook niet toe een "time guard interval" in te bouwen, waardoor een rebroadcast met klein tijdsverschil niet mogelijk wordt. Deze technologie vind je dus ook niet terug in FM-netten.   

 


Wat zijn de voordelen van een dergelijke SFN rebroadcaster (on-channel repeater)?


De DAB+ SFN rebroadcaster heeft enkel een ontvangst antenne, zendantenne en een elektrische netaansluiting nodig. Er is dus geen maandelijkse transmissiekost voor het DAB+ signaal naar de zender te brengen. Het DAB+ signaal wordt opgevangen door een ontvangstantenne die het signaal van een andere DAB+ zender opvangt. Er is dus geen STL-verbinding nodig!

 


Wat zijn de nadelen van dergelijke SFN rebroadcaster (on-channel repeater)?


Het lage zendvermogen van max 200W.


Een rebroadcaster is dus vooral nuttig om in kleine, geografisch slecht gelegen gebieden toch DAB+ dekking te hebben. Meer afgestraald vermogen kan je natuurlijk altijd bekomen door meer zendantennes onder elkaar te plaatsen. Dit kan zolang dat het ingestraald vermogen van de zendantenne op de ontvangstantenne zeer laag is


Deze toestellen zijn ook prijzig in aankoop en er dient een zorgvuldige economische afweging gemaakt te worden omtrent de terugverdientijd van een dergelijk zendersite. M.a.w. men dient hier de besparing in transmissiekosten per jaar te plaatsen tegenover de meerkost van een de rebroadcaster.

De gevoeligheid van een ontvanger

datum publicatie: 20/10/2021


Omdat we toch wel wat reacties kregen over het artikel van het "maximale bereik van een DAB+ zender", hebben ook wat geschreven over "de gevoeligheid van de ontvanger".


Omdat dit onderwerp net iets technischer is, hebben we ervoor gekozen om het artikel op de "gevorderden" pagina te plaatsen.

Je kan het hier lezen.

Hoe ver zal mijn DAB+zender "maximaal" te ontvangen zijn?

datum publicatie: 16/10/2021


Uiteraard zal dit bepaald worden door verschillende factoren zoals zendvermogen, terreinmodel en hoogte van de zendantenne.


De geometrische afstand tot de horizon is echter de alom bepalende factor voor het bereik voor een DAB+ zender. Deze afstand stelt een absolute limiet aan de maximale afstand waarover een zender ontvangen zal kunnen worden. Het opdrijven van het zendvermogen zal niets meer veranderen aan deze absolute limiet.


Deze alles bepalende factor is functie van de kromming van de aarde en de hoogte waarop de zendantenne is opgesteld.


Luchtdruk, vochtigheidsgraad en temperatuur van de lucht maakt dat de kromming van de aarde, die VHF golven zien, varieert met de weersomstandigheden. Hieruit moeten we concluderen dat we het maximale bereik van een zender slechts met een bepaalde nauwkeurigheid zullen kunnen berekenen.


We kunnen zeggen dat bij benadering de maximale afstand d ongeveer gelijk is aan:


 



We kunnen deze formule ook in een grafiek weergeven:

 

Ook simulaties tonen aan dat hoogte een alombepalende factor is voor het bereik van een DAB+ zender. Om overal te ontvangen zijn in een bepaalde provincie, zal het dan ook belangrijk zijn om enkele zendersites te hebben waar de antennes heel hoog geplaatst kunnen worden.


De "line of sight" (LOS) kan eenvoudig berekend worden met de tool op deze website.


DAB+ antennes tussen FM antennes plaatsen? Niet doen.

datum publicatie: 12/10/2021


In 2020 deden onze Noorderburen een onderzoek naar de beschikbaarheid en het gebruik van de technische infrastructuur voor DAB+. In het voorjaar van 2021 publiceerde "Agentschap Telecom" de resultaten van dit onderzoek.


In de conclusies trok een bepaald punt onze aandacht (punt 4 op pagina 5). Men klaagt daar aan dat DAB+ antennes op dezelfde hoogte en te dicht bij bestaande FM antennes geplaatst worden. Dergelijke opstellingen leiden tot afwijkingen in het stralingsdiagram van zowel de DAB+ antennes als van de FM antennes.


Dit document bevat eveneens een bron van operationele informatie over DAB+. We zullen ter gepaste tijde hierover berichten naar de Vlaamse lokale radio’s.  


Je kan het artikel hier terugvinden.

Hoe zit dat nu met het "type mask 2" verhaal?

datum publicatie: 12/10/2021


1. Eerst iets over afwijkingen...


DAB+ signalen dienen versterkt te worden tot een bepaald vermogen om ze te kunnen uitzenden over voldoende afstand. Als je zonder noemenswaardige problemen 1000 W ERP wil uitstralen, dan moet je op zijn minst een zendervermogen van 300 Watt hebben.

De (vermogen)versterker die deze taak vervult, is natuurlijk nooit 100% perfect, maar vertoont bepaalde afwijkingen. Je kan het makkelijker uitdrukken door te zeggen dat "wat er aan de ingang wordt in gestopt, komt er niet altijd natuurgetrouw weer uit aan de uitgang".


Deze afwijking resulteert in een verbreding van het frequentiespectrum. Hierdoor maak je kans dat de zender/versterker naburige kanalen gaat storen. En dit is duidelijk het geval als je weet dat alle DAB+ zenders van het testproject in kanaal 10 (A, B, C, D) zullen opereren en kanaal 11A over heel Vlaanderen in gebruik is.


Voor FM zijn de eisen die aan een de vermogenversterkers gesteld worden minder streng dan voor de DAB+ vermogen versterkers.

We hebben het reeds gehad over de hoge dynamiek van een DAB+ signaal, zie zgn. CREST-factor en PAPR.


Het probleem bij DAB+ is dat het DAB-signaal de vermogenversterker heel makkelijk kan oversturen. Het verschil tussen het laagste niveau en hoogste niveau is meestal een "factor 20".

Dit wil zeggen dat je een vermogenversterker van 1000 Watt nooit tot 1000 Watt mag uitsturen. Met andere woorden, de DAB+ zender/versterker zal meestal slechts voor 10% kunnen gebruikt worden. (100 Watt).


Of een 1000 Watt zender nu op vol vermogen werkt of op een gemiddeld vermogen van 100 Watt, de elektriciteitsrekening zal in de meeste gevallen ongeveer hetzelfde blijven. Dit heeft dus een onmiddellijke impact op de operationele kost van het zenderpark.


Het principe van het niet volledig uitsturen van de versterker noemt men "power back-off". Power back-off haalt de efficiëntie van de versterker sterk naar beneden, maar kon een goedkopere oplossing zijn voor lokale radio’s (zeker in een testfase).


Daarom heeft men technieken ontwikkeld om DAB+ vermogen versterkers met een veel hoger rendement te kunnen gebruiken. Deze methode noemt men Digital Pre-Distortion (DPD) en vindt men meestal terug in de technische specificaties van de zender.


In het kort bestaat de techniek erin om het signaal voor de versterker reeds in tegengesteld manier te vervormen (pre distorsion), zodat de imperfectie van de versterker het signaal terug perfect aflevert. Hiervoor moet men natuurlijk weten wat de afwijkingen van de zender zijn. Dit kan door het signaal aan de uitgang van de versterker te vergelijken met het signaal aan de ingang en zo te detecteren waar het mis gaat. Dit is een digitaal proces en daarom noemt men het Digitale Pre-Distorsie.


Gezien ook filters een fase en amplitude karakteristiek hebben, kan ook het filter het DAB-signaal negatief beïnvloeden. Daarom gaat men bij sommige zenders ook  het signaal achter het filter terugkoppelen om ervoor te zorgen dat ook de afwijkingen van het filter mee gecorrigeerd worden.

 

2. En wat nu?


Moraal van het verhaal: zenders met versterkers die deze technologie toepassen zijn duurder. Anderzijds halen ze een hoog rendement en gaan ze de elektriciteitsfactuur sterk doen dalen.


Intussen heeft het team van lokaal digitaal heel wat documentatie van filters en zenders bij elkaar gezocht en komen we ook tot een belangrijke conclusie:

De kostprijs voor een zendinstallatie werd door het team van lokaal digitaal berekend voor een installatie die voldoet aan "non-critical mask 1", zoals dat in onze buurlanden (bijvoorbeeld Nederland) voor lokale DAB+ gevraagd wordt. Wat we toen niet konden weten, is dat de specificaties die men in België stelt veel strenger zouden zijn nl. "type mask 2".


Dit wil dan ook zeggen dat een installatie, die voldoet aan de Belgische normen, ongeveer 13500 euro zal kosten zonder coax, antennes, installatiekost en andere eventuele (onvoorziene) kosten.

Anderzijds is het goede nieuws dat de elektriciteitsfactuur sterk naar beneden zal gaan. Als je met de aankoop van duurdere zenders de factuur met meer dan de helft kan reduceren, dan kan dit ook leuk meegenomen zijn.


Probleem is dat als de installatie zal moeten afgeschreven worden over de termijn van het test experiment (slechts 1 tot anderhalf jaar), het uitbesteden van de zendersites aan commerciële providers een belangrijke piste wordt. Tenzij de providers ook willen investeren in de DAB+ toekomst en hun afschrijvingen van apparatuur over een langere periode willen plannen.

Nieuws uit Limburg en West-Vlaanderen

datum publicatie: 10/10/2021


Afgelopen donderdag werd er in de provincie Limburg een bijeenkomst over DAB+ georganiseerd. Via diverse kanalen vingen we op dat deze infoavond heel interessant was.

Afgelopen vrijdag werd er eveneens zo'n meeting georganiseerd in de provincie West-Vlaanderen.


Via Michel Vanderfeesten van de VRRO kwamen we in contact met Gerard Lokhoff. Hij maakte prachtige powerpoint presentaties over zijn ervaringen met DAB+ voor lokale radio's in Nederland. Gerard gaf ons de toestemming om de presentaties downloadbaar te maken via onze website:

Lokale DAB ervaringen

Wat is DAB?

Meeting met Kabinet Media

datum publicatie: 09/10/2021


Op 4 oktober ll. had lokaal digitaal een eerste verkennend gesprek met het kabinet media omtrent DAB+ voor lokale radio’s. De belangrijkste informatie die hieruit naar voren kwam, is dat lokale radio’s in Vlaanderen met elkaar zullen moeten samenwerken en dat is ook wat het kabinet media van alle lokale radio's verwacht. De verdeeldheid onder de lokale radio’s en het ontbreken van één  enkele organisatie die ALLE lokale radio’s kan vertegenwoordigen bij de overheid, is een groot gebrek. Het kabinet Media is duidelijk "wij kunnen niet via meerdere kanalen communiceren naar lokale radio’s".

 

Dit is o.a. een punt waar sterk moet aan gewerkt worden door belangenverenigingen en door jullie. Ook het team van lokaal digitaal heeft het gevoel dat er met bestaande belangenorganisaties zal moeten samengewerkt worden en dat SAMENWERKING het sleutelwoord is tot succes van lokale radio en het DAB+ proefproject.

Aandachtspunten voor lokale radio omroepen i.v.m. DAB+ vergunning

datum publicatie: 27/09/2021


1. De overheid geeft de mogelijkheid om 12 lokale radio’s op één MUX toe te laten. Mochten er meer kandidaten zijn (te melden voor 15 oktober aan gert.bulte@vlaanderen.be), dan is daar wel wat rek op, gaf de overheid toe. Mocht dit gebeuren, dan bevestigt men hiermee dat de lokale radio’s in Vlaanderen wel degelijk achter het digitaal project staan.


Een NADEEL kan zijn dat indien meer dan 12 radio omroepen op de MUX aanwezig zijn, de bitsnelheid lager zal zijn dan 96kbps.


Even een overzicht:


- voor 12 omroepen op de MUX zal een maximale snelheid van 96kbps per radio omroep gelden.

- voor 14 omroepen op de MUX zal een maximale snelheid van 80kbps per radio omroep gelden.

- voor 16 omroepen op de MUX zal een maximale snelheid van 72kbps per radio omroep gelden.

- voor 18 stations op de MUX zal een maximale snelheid van 64kbps per radio omroep gelden.


Deze waarden zijn geldig voor een error-correctie EEP-3A (FEC ½).

Op de website van "Open Digital Radio" vind je volgende handige tool: ODR DAB/DAB+ CU calculator


Uiteraard zullen de meeste radio’s graag uitzenden aan een zo hoog mogelijke geluidskwaliteit. Met meer dan 12 omroepen in een MUX moet men inboeten aan geluidskwaliteit.


Laat ons in het achterhoofd houden dat het hier enkel gaat om een testfase (max. 1,5 jaar) en dat het wellicht nog een jaar of twee zal duren vooraleer er een definitief frequentieplan is.

Het gaat er nu vooral om het bewijs te leveren dat iedere lokale radio, hoe klein of groot, de kans en het recht heeft om op DAB+ uit te zenden. Het is duidelijk dat er in het finale plan meer MUX'en nodig zullen zijn per provincie. MUX’en die eventueel ook meer gericht zijn op lokale zones i.p.v. op een lappendeken verdeeld over een provincie zoals dat nu het geval is, zodat uiteindelijk iedere erkende radio zijn plaats vindt op DAB+, nog vóór de switch-off van FM.



2. Over de audiokwaliteit moet iedere lokale radio weten dat DAB+ werkt met een audio sampling frequentie van 48kHz!


Ieder digitaal streaming signaal met een van sampling frequentie 44,1kHz, dat als input van de MUX gebruikt wordt, zal een sampling frequentie omvorming nodig hebben in de audio encoder van de MUX. We willen hier waarschuwen dat dit een niet te verwaarlozen daling van de audiokwaliteit zal teweeg brengen.


Gebruiken jullie bijvoorbeeld in een eerste fase jullie internet stream, dan gebruiken jullie voor deze stream het best "HE-AAC met 48kHz sampling frequentie". Zo zal je optimale kwaliteit behouden. Weet dat een omgevormde stream van 44,1kHz naar 48kHz met een snelheid van 96kbps slechter zal klinken dan een 48kHz HE-AAC stream van 64kbps.


De laatste maanden hebben we met een draaibare richtantenne al enkele DAB+ MUX’en uit binnen en buitenland beluisterd. We hebben heel goede kwaliteit gehoord voor stations met een bitsnelheid van 64kbps, maar hebben ook slechte kwaliteit gehoord met snelheden van 96kbps. Wij zijn vrijwel zeker dat daar de omzetting van 44,1kHz naar 48kHz daar een grote rol in speelt.



3. Wij denken dat vele lokale radio’s hun bestaande internet stream als audiobron zullen gebruiken. Dit is een methode die aanvaardbaar is, maar de kwaliteit (zoals vermeld in vorig puntje) zal afhangen of al dan niet HE-AAC en 48kHz gebruikt wordt voor deze stream. Is dit niet het geval, dan is een bijkomende tweede HE-AAC v2 stream over publiek internet misschien een oplossing om het kwaliteitsprobleem op te lossen.


In de ideale situatie bevindt de audio encoder zich in de studio. In de huidige testfase is dit misschien niet realistisch. Het is echter belangrijk er over te waken dat deze mogelijkheid openblijft, in een finale oplossing is het immers aan te raden dat de audio encoder zijn plaats vindt bij de radio omroep zelf. Deze encoder wordt dan specifiek afgesteld op het signaal dat nodig is voor het ideaal aansturen van de DAB+ zender. Hiermee kan een gegarandeerd perfecte audiokwaliteit gerealiseerd worden.



4. We staan heel sceptisch tegenover het gebruik van publiek internet tussen MUX en zender. Reden is de hoge bitsnelheid die je nodig hebt om het MUX-signaal naar de zender te sturen. De bitsnelheid is afhankelijk van het aantal stations en zal rond de 1,3Mbps bedragen wanneer de MUX 100% gevuld is. Men dient rekening te houden met het feit dat "publiek internet" nog steeds een "best effort" netwerk is zonder enige garantie. De vraag blijft of dit een bruikbaar alternatief is voor de 1,3Mbps verbindingen naar de zender. Hou ook rekening dat de centrale MUX-site een gegarandeerde bandbreedte van 4Mbps (bij gebruik van 3 zendersites) zal moeten hebben.


Er bestaan oplossingen die een publieke internet verbinding veel betrouwbaarder maken. De prijs van de gebruikte apparatuur om dit te verwezenlijken, is zeer hoog en bijgevolg niet aan te raden voor een test die slechts 1 jaar duur tijd heeft.


Betalende garanties i.v.m. beschikbaarheid (SLA’s = Service Level Agreements) zullen waarschijnlijk deel uitmaken van de overeenkomst die moet afgesloten worden met de operator van het transmissienetwerk.



5. Gezien het hergebruik van naast elkaar gelegen frequentie blokken (10A, 10B, 10C, 10D) in verschillende provincies, alsook het gebruik van het frequentieblok 11A van Norkring voor nationale dekking van de MUX "DAB+ Vlaanderen 1", vraagt de VRM om een filter te plaatsen of om een andere voorzorgsmaatregel toe te passen, zodat potentiële storingen op de aangrenzende kanalen beperkt worden.

Zie hun bladzijde 9 van het aanvraagdocument (Toelichting met betrekking tot het filter).


Controleer goed jullie verkregen offertes of het maximum vermogen van de filter klopt. Het maximum vermogen is liefst iets hoger dan het uitgangsvermogen van de zender.

Hou rekening met eventuele vermogensverhoging in en rond centrum steden in een definitie frequentieplan en neem een filter dat wat meer vermogen aankan. "Juist op het randje" zou in het definitieve DAB+ frequentieplan mogelijks een verloren investering kunnen zijn.

Minister geeft groen licht voor DAB+ voor lokale radio's

datum publicatie: 21/09/2021


Zoals jullie ondertussen wellicht al weten, gaf de minister vandaag groen licht aan lokale radio's voor het testen met DAB+.

Alle info kan je terugvinden op deze link van de VRM.


Hebben jullie daar vragen of opmerkingen over, dan lezen we die graag via radio@lokaaldigitaal.vlaanderen .

Wat zal het kosten … deel 1

datum publicatie: 08/09/2021

 

We krijgen de laatste tijd regelmatig de vraag: wat gaat het allemaal kosten?

 

Wel, stel dat we voor de optie kiezen “het zelf doen”, dan is de eenmalige kostprijs voor een DAB+ installatie +/- 7000 euro (ex BTW). Dat is enkel voor het materiaal, zonder de werkuren voor het plaatsen van de antennes in uw zendmast.

Maar er zal ook een maandelijkse kost zijn, het signaal (de MUX) moet immers naar de verschillende zendersites verstuurd worden.

 

We deden al verschillende testen met een MUX met 12 (lokale)radio’s aan 96Kbps.

De MUX werd over  een “huis, tuin en keukenabonnement” van Telenet en van Proximus naar een ander gelijkaardig abonnement van Telenet verstuurd.

 

Maar dat zijn slechts 12 omroepen. Stel dat je het signaal van 100 lokale radio’s, die meewerken aan het project, naar evenveel zendersites wil versturen, dan wordt het andere koek. Dan zit je plots aan dik 10 000 Kbps die over zo’n internetverbinding verstuurd moet worden.

 

Het team van  Lokaal Digitaal is daarom gaan praten met Proximus. Proximus heeft namelijk, behalve het commerciële internet netwerk, ook een professioneel netwerk.

Dat netwerk heeft de naam “Explore”.

Er zijn in Vlaanderen enkele lokale radio’s die “Explore” al enkele jaren gebruiken als verbinding tussen de studio en hun verschillende zendersites.

 

De mensen van Proximus kunnen ons de verdeling van die gigantische hoeveelheid data garanderen aan een richtprijs van circa 125 tot 250 euro per maand per radiostation.

Opgelet: het hier gaat om een MUX die op een server in “the cloud” gegenereerd wordt. De server stuurt de verschillende MUX’en naar de desbetreffende zendersites.

 

Vanwaar dat verschil in prijs?

Zitten de zender en je studio op dezelfde locatie of kan je het regelen (bijvoorbeeld met een straalverbinding) dat het uit- en inkomende signaal vanaf dezelfde plaats komen, dan kom je er vanaf met het laagste tarief.

Lukt dat niet en staat je studio en de zender op een verschillende plaats (zonder zichtverbinding, dus geen straalverbinding mogelijk), dan kan het tot zo’n 250 euro kosten, afhankelijk van de kwaliteitsgaranties die je wil.

 

Dit is wanneer honderd lokale radio’s meedoen aan het project. De juiste prijs zal uiteraard afhangen van het aantal lokale radio’s dat effectief  in zo’n project wil instappen.

 

Stel dat het echt niet mogelijk is om een Proximus Explore verbinding tot aan de zendmast te brengen, dan zal bekeken worden welke alternatieven mogelijk zijn.

 

Belangrijk: het onderzoek naar mogelijkheden is nog niet afgerond. Maar waarschijnlijk zijn nog lagere richtprijzen, met dezelfde kwaliteit van dienstverlening, niet realistisch.

 

 

De titel van dit artikel is “wat zal het kosten … deel 1”, want er is natuurlijk ook een “deel 2”.

Het samenstellen van de muxen gebeurt dan wel met gratis software, die software moet uiteraard ook draaien op computers of servers. Hoeveel ‘dat’ ons gaat kosten?

Weldra meer hierover!

 

* Alle vermelde bedragen in dit artikel zijn louter indicatief, hoewel we de garantie hebben dat de bedragen in deze orde van grootte zullen liggen, kunnen er geen rechten aan verbonden worden, alle bedragen zijn exclusief BTW.

Tests uitgevoerd met een ETI-LI stream encapsulatie in ZMQ/ZMTP en verzonden over een Ubiquity link

datum publicatie: 26/08/2021


Zaterdag 21 augustus was het prachtig weer, ideaal voor wat veldtesten. Onder onze parasol hebben we een testopstelling geïnstalleerd waarmee we met twee 5GHz wifi sets van Ubiquiti een straalverbinding maakten.

Testopstelling


  1. PC 1 geeft 2 vensters, 1 voor de Ubiquity bridge en 1 voor de DAB+ exciter
  2. PC 2 geeft het scherm weer met SDR-ontvanger en DAB+ analyser
  3. PC 3 is de DAB+ MUX (ODR software met Ubuntu OS)


Eén van de testen was nagaan of de berekende bandbreedtes ongeveer kloppen met de calculatortool voor het berekenen van de bandbreedtes, die we op onze website willen plaatsen. Wij willen uiteraard zekerheid voor we iets on-line zetten.

Een diepere technische uitleg kan je hier vinden op onze pagina "DAB+ voor gevorderden"


Daar zie je de resultaten van hoeveel data er over de verbinding tussen de MUX en de exciter (de zender) loopt. We beginnen met één omroep in de mux en we eindigen met 12 omroepen in de mux. De mux staat ingesteld voor een geluidskwaliteit van 96Kbps. We merkten meteen op dat metingen overeen komen met onze berekeningen (zie tabellen).


Een tweede test was uiteraard nagaan of onze straalverbinding zo’n hoeveelheid data zonder problemen kan versturen. Ook dat is gelukt: we kunnen via een straalverbinding bijvoorbeeld twee zendersites, die een zichtverbinding hebben, met elkaar verbinden en een stream van een dikke 1,2 mega bit per seconde versturen over een digitale straalverbinding.


Over één straalverbinding werkt het, maar dat is natuurlijk nog geen netwerk. De mensen van Wireless België onderzoeken momenteel of hun netwerk dergelijke datastreams wel kan verwerken.

Dank jullie wel !!!

Publicatie: 22/08/2021


Tussendoor even een woordje van dank. Het is nu bijna twee maanden geleden dat we naar buiten kwamen met ons initiatief "Lokaal Digitaal". We hadden wel op wat reactie gehoopt, maar wat we nu meemaken, overtreft onze verwachtingen.


Zo zijn er lokale radio’s die spontaan hun zendmast aanbieden: "als jullie willen testen, hang die antennes er maar in". Anderen hebben een server: "als jullie CPU ruimte nodig hebben, laat maar weten, dan zorgen we daarvoor!".

Ook technici die willen helpen: "ik ken wel iets van IT…". Daarom, allemaal al van harte bedankt! Momenteel is het nog moeilijk om al dat aanbod in te zetten, maar op een dag komen we bij jullie zeker terug aankloppen. Voor de enkelen die nog niet reageerden, de enquête staat nog altijd on-line en kan je hier invullen.

Mag het een beetje groter zijn?

Publicatie: 22/08/2021


In een vorig artikel hadden we het over de grootte van de mux, waarbij we stelden dat ‘meeste’ lokale radio’s best tevreden zouden zijn met een zendbereik zoals ze dat nu op FM hebben. Tenminste, als de ontvangst maar overal perfect zou zijn.

De meeste lokale radio’s, want we moeten natuurlijk een onderscheid maken. Er zijn immer twee types van lokale radio, twee grote verschillen:

- Type 1 is de lokale radio die werkt op basis van vrijwilligers.

- Type 2 is de lokale radio waar mensen hun brood aan verdienen. Dat zijn vooral de lokale radio’s die graag een regio of streek willen voorzien. Zo zijn er radiogroeperingen die haast de volledige Kempen van signaal voorzien, de Dender- of Demerstreek, een wijde omgeving rond Gent of Brugge, het Hageland, ga zo maar door. Veel van de eigenaars van die radio’s hebben van lokale radio hun job gemaakt.


In type 1 zijn er dan ook weer enkele gradaties tussen de lokale radio’s.

Bij sommige mag zowat iedereen wel wat in de micro komen vertellen. Meestal zijn hun reclame inkomsten vrij laag en ze moeten het meestal hebben van evenementen zoals, feesten organiseren, eetkermissen e.d. Let op, daar is niets mis mee. In het voetbal zijn er ook caféploegen en een eredivisie.

De besten pakken het vrij professioneel aan en uiteindelijk zijn er ook waarvan het niveau soms hoger ligt dan dat van lokale radio type 2.

Beiden zijn meestal ook tevreden met een beperkt zendgebied, voor hun gemeente en de aangrenzende gemeentes bijvoorbeeld, op voorwaarde dat ze in dat gebied dan ook overal wel perfect te ontvangen zijn. Dat is nu spijtig genoeg zelden het geval op de FM-band.

 

In type 2 werken de lokale radio's met een andere ingesteldheid en ze werken met andere budgetten. Het zijn immers bedrijven. Meestal zit er een reclameregie achter die voor de nodige inkomsten zorgt. Ze willen dan ook een zo groot mogelijk zendbereik, koppelen frequenties op alle mogelijke manieren aan elkaar, werken meestal met stromannen die dan plaats nemen in het bestuur van de vzw’s die dan zogezegd eigenaar zijn van de erkenningen. Hun lokale inbreng en gebondenheid is meestal ook eerder beperkt, ze brengen muziek en proberen daarmee een zo groot mogelijke populatie te bereiken. Hun enige echte doel is geld verdienen. De stap naar een netwerkradio is er voor hen weer net één te ver, zo’n investering kunnen ze dan weer niet aan. Dat kan ook niet, er werden hiervoor onvoldoende netwerken gecreëerd. Ze hebben ook geen behoefte aan gans Vlaanderen, een provincie, of in elke stad van Vlaanderen een steunzender. Een uiterst ruime regio rond hun kerktoren is meestal wat ze graag willen. Ze gebruiken, of misbruiken als je dat graag zo wil noemen, de frequenties voor lokale radio’s voor een ander doel dan waarvoor ze ‘uitgevonden’ zijn.

Maar kan men hen dat kwalijk nemen? Eigenlijk niet. Ze proberen al jaren de wetgeving te omzeilen omdat de overheid hen niet wil zien, er wordt geen wettelijk kader gemaakt voor dit type van ‘regio’ radio. Met als gevolg dat zowel de radio’s type 1 als type 2 hiervan de dupe zijn.

Tussen de twee types lokale radio is er al decennia lang wrevel. Type 1 is van oordeel dat type 2 geen echte lokale radio’s zijn en misschien zijn ze dat ook niet, want dat is niet hun bedoeling. Type 2 meent dan weer dat type 1 de lokale/regio radio’s marginaliseert.

Ze zullen beiden wel een beetje gelijk hebben?

Misschien moet er daarom ook eens werk gemaakt worden van lokale radio op twee niveaus, waarbij aan type 2 veel hogere eisen wordt gesteld dan aan type 1. Maar, waarbij type 2 voor die hogere eisen dan wel het recht krijgt op een groter zendgebied.

 

Misschien kan dat ook?

Door de kleinere DAB+ cellen, die voor "lokale radio’s type 1" gemaakt zijn, te koppelen aan elkaar. De kleinere lokale radio blijft dan op één cel uitzenden, terwijl de grotere regio radio over meerdere cellen mag uitzenden.

 

Hoe werkt dit bij DAB+?

Net als bij FM kan men bij DAB+ een soort van RDS code meesturen. Van zodra je ontvanger de ene cel verlaat, gaat hij op zoek naar een andere cel en schakelt over. Op dit ogenblik lukt dat overschakelen van de ene naar de andere cel voor veel ontvangers probleemloos, je merkt het gewoon niet. De wat minder kwalitatieve ontvangers hebben daar al eens wat last mee en dan hoor je kort een onderbreking in de muziek tijdens het zoeken naar de andere cel.

Dat is vandaag ook het geval bij de ontvanger van sommige luisteraars die van blok 5A naar blok 5D rijden. De scheiding waar je het probleem zou kunnen horen, ligt ongeveer op de lijn ten oosten van Sint-Niklaas, ten oosten van Aalst, dan plots ten westen van Ninove, om ongeveer in Vloesberg te eindigen.

Dat probleem met schakelen is vandaag misschien een handicap. Maar we zijn ervan overtuigd dat als DAB+ ghelemaal ingeburgerd is, ook de goedkopere ontvangers deze handicap niet meer zullen hebben.

 

Dit lijkt ons een interessante denkpiste. Misschien moet de overheid maar eens tegemoet komen aan de ‘grote’ jongens die zelfs tante nonneke zouden inschakelen als strovrouw in één van hun nep vzw’s. Met DAB+ moet dit scenario perfect mogelijk zijn. Het dossier dat ze moeten indienen voor een erkenning van de overheid zal iets lijviger en gedetailleerder moeten zijn dan dat van een ‘kleine’ lokale radio, dat is logisch. De onkosten voor het ontplooien zo’n groter net zullen ook navenant zijn. Want koken kost geld.

Hoe groot maken we best een MUX?

Publicatie: 20/08/2021


Daarmee bedoelen we: welke oppervlakte of gebied zal één mux kunnen bestrijken. Uit de enquête blijkt dat de meeste lokale radio’s best tevreden zijn met het gebied dat ze nu kunnen bestrijken met hun huidige FM zenders. Tenminste, als ze in dat gebied ‘overal’ een perfecte ontvangst zouden hebben en dat is nu zeker niet altijd het geval. Wat ze er vergeten bij te vertellen is, dat ze momenteel dat gebied bereiken doordat hun zender niet afgesteld staat op het door de overheid opgelegde vermogen.


Laat ons eens eindelijk durven een kat een kat te noemen.

De meeste lokale radio’s zijn tevreden met het gebied dat ze bereiken met hun ‘opgedreven’ zendvermogens. Beste overheid, dat is een heel interessante basis om in de toekomst de grootte van een DAB+ mux te bepalen:

- Neem de FM zendlocaties van een lokale radio.

- Bereken de contour van het ontvangstgebied met het wettelijk vermogens die jullie die lokale radio hebben opgelegd.

- Zet gewoon een “NUL” achter dat vermogen en bereken daarmee opnieuw het ontvangstgebied.

- Zo hebben jullie meteen het gebied dat voor het gros van de lokale radio’s als realistisch beschouwd wordt.

- Zorg ervoor dat de DAB+ muxen voor lokale radio’s minstens een dergelijk gebied bestrijken en je hebt meteen blije radiomakers.

Een schijnbaar vermogen?

Publicatie: 18/08/2021


In een vorig artikel hadden we het al over vermogens van DAB+ installaties. Er is echter een mogelijkheid om het vermogen van een DAB+ zender ‘schijnbaar’ op te drijven.

Eerst even de relatie tussen vermogen en dB uitleggen.

Als je een zender een vermogen heeft van 100W en je wil dat vermogen met 3dB verhogen, dan moet je het zendvermogen tot 200W verhogen.


Onthoud:  het DUBBELE (x2) van het vermogen komt overeen met +3dB meer.


Wil je het zendvermogen nog eens 3dB verhogen, dan moet je de zender (die op 200W staat) al op 400W instellen. In verhouding tot het vermogen van 100W, staat je zendvermogen nu +6dB hoger. Let op het onderlijnde woord "verhouding", want dat is wat dB's weergeven: VERHOUDINGEN.


Bij vermogen kan men zeggen dat +3dB het dubbele vermogen is en +6dB het viervoudige is.


-3dB is dan weer de helft van het vermogen en -6dB een vierde van het vermogen.


Onthoud:  dB's zijn zonder eenheid en geven enkel verhoudingen weer (geen grootheden).


Je kan dat ook toepassen met 1000W: wil je een zender van 1000W met 3dB opdrijven, dan moet de zender op 2000W gezet worden. Wil je het zendvermogen +6db hoger instellen, dan zal het vermogen van de zender 4000W worden.


Waarmee kan de foutcorrectie ons helpen?


In de rubriek DAB+ voor dummies hebben we het al gehad over de foutcorrectie die men toepast. In de praktijk werkt het heel wat ingewikkelder, maar laat ons hier het begrip eenvoudig uitleggen.


Een DAB+ zender kan audiodata aan 2304 kilo bits per seconde doorsturen. Dat is voldoende voor 12 radio’s met een kwaliteit van 96Kbps en een foutcorrectie type 3A.


Stel, je rijdt onder een brug waardoor je ontvanger een bepaalde bitcombinatie niet ontvangen heeft, dan krijg je onderbroken muziek. Maar als de zender diezelfde bitcombinatie twee keer na elkaar doorstuurt, dan is de kans al veel groter dat je ontvanger het de tweede keer wel goed gehoord heeft, wanneer je onder de brug uit bent. Je kan de combinatie zelfs drie keer opsturen, nog meer kans op succes…


Maar zoals reeds gezegd, je hebt maar 2304 bits. Als je twee keer opstuurt, dan heb je 1152 bits nodig voor de eerste keer en 1152 bits voor de foutcorrectie bits.


Ga je de informatie drie keer doorsturen, dan heb je maar 768 bits meer als audio capaciteit, want je hebt nog 2 keer 768 bits nodig om meer foutcorrectie informatie mee te sturen.


Als je zo gaat rekenen, zou je denken: de helft van 12, dan is er nog ruimte voor 6 radio’s en bij een derde van 12 is het 4 radio’s. Ja, dat is wat we willen duidelijk maken.


Maar!!! De uitleg zoals we hem hier weergeven, is eigenlijk wel heel erg kort door de bocht. De verhoudingen zitten heel wat anders. Het hele systeem rond foutcorrectie zit veel complexer in elkaar, wil je de theorie graag in detail weten, dan is er daarover (weldra) een onderdeel in de rubriek "DAB+ voor gevorderden".


Onderstaand diagram geeft de juiste verhouding weer:

De nationale zenders werken in de standaard FEC code 3A. Er bestaan ook nog 3B en 4A, dan kunnen er nog meer radio’s op één mux, maar die zijn voor ons niet interessant.



De foutcorrecties 2A en 1A, zijn wel heel interessant voor lokale radio.


In errorcorrectie 2A kunnen er nog 9 radio’s aan 96kbps tegelijk in één mux, in code 1A kunnen er 6 radio’s aan 96kbps tegelijk in één mux.



Wat is er nu zo interessant aan die verhoogde foutcorrectie?


Door de opgedreven foutcorrectie lijkt het alsof het ontvangstcomfort verbeterd is en niet zomaar een klein beetje.


Van code 3A naar code 2A tot zo’n 3dB, van code 2A naar code 1A ook weer tot ongeveer een 3dB.


Nu gaan we even terug naar het begin van de tekst. Daar hadden we het over 1000W. Als je het ontvangstcomfort wil verhogen met 3dB dan moest je het zendvermogen verhogen tot 2000W.


Bij DAB kan je het ontvangstcomfort dus niet alleen verhogen door het vermogen van de zender te verhogen, maar ook door voor een andere en betere foutcorrectie te kiezen.


Stel dat je een mux hebt die samengesteld wordt met slechts 9 radio’s, dan kan je in plaats van voor foutcorrectie code 3A, net zo goed voor code 2A te kiezen. De zender van 1000W krijgt hierdoor een “schijnbaar” vermogen van 2000W. Het zal misschien niet gauw voorkomen, maar als je slechts met 6 lokale radio’s op één mux gaat uitzenden, dan kan je de zender in foutcorrectie 1A zetten. Dan heeft je zender van 1000W plots een “schijnbaar” vermogen van 4000W.


Fout Code

Verhouding

audio bits / foutcorrectie bits

Verhouding
audio bits / foutcorrectie bits

Aantal audio kanalen van 96kbit/s

Verbetering v/h ontvangstcomfort

Schijnbaar zendvermogen

1A

1/4

576

6

tot +6 dB

tot 4000W

2A

3/8

864

9

tot +3 dB

tot 2000W

3A

1/1

1152

12

0 dB

tot 1000W

Voor- en nadelen:

De voordelen van een kleinere zender van bijvoorbeeld 1000W, waarvan je het ontvangstcomfort kan opdrijven door voor een betere foutcorrectie te kiezen, zijn duidelijk:


- Een zender met lager vermogen is uiteraard veel goedkoper dan een zender met hoger vermogen, DAB+ zendinstalaties tot zo’n 1000W zijn best betaalbaar, daarboven loopt de kostprijs al snel hoog op.

- Een kleinere zender verbruikt uiteraard ook minder energie en dat over de volledige levensduur van de installatie.

- Voor een zware zender is het ook veel moeilijker om binnen de stralingscriteria te blijven, het verkrijgen van een conformiteitattest verkrijgen wordt dan ook moeilijker.


Het enige nadeel is dat er minder radio’s op één MUX kunnen. Maar misschien zal dat ook, in vele gevallen, niet nodig zijn voor lokale radio's.


Conclusie:

De keuze van het zendervermogen zal bijgevolg ook afhangen van het aantal radio’s dat over één mux verdeeld wordt.


Noot:

Een dab+ zender verstuurt een stream van 2304kbit/s aan audio informatie (inclusief foutcorrectie data), dat is de totale capaciteit van de zender. Het gedeelte audio daarvan is 1152kbit/s, als je alle kanalen zou uitzenden aan 96kbps en met foutcorrectie 3A (1/2).


De dB-waarden, vermeld in dit artikel, zijn voor de eenvoud afgerond. In werkelijkheid zal het effect kleiner zijn, maar waarneembaar.


Wie de theorie graag, tot op de laatste bit en dB, wil kennen, verwijzen we graag naar de rubriek DAB+ voor gevorderden, waar je (weldra) een onderdeel hierover kan vinden.

Zendvermogens

Publicatie: 16-08-2021


Een diepgaande discussie over vermogens is momenteel nog iets te vroeg. Als "lokale radio seniors" weten we dat dit voor lokale radio's al 40 jaar een oud zeer is. Het vermogen opdrijven, wat de meeste lokale radio's doen (en misschien wel terecht?), is meestal een pleister op de wond. Het probleem is de voorbije 40 jaar nooit opgelost. Vandaag moeten we dit als lokale radio's op een hoger niveau gaan bekijken en de pleister vervangen door een oplossing.


Wij gaan uit van een positief scenario want DAB+ zal beter gecoördineerd zijn dan FM. Het team van "lokaal digitaal" zal bij de overheid dan ook aandringen voor een DAB+ verhaal dat veel beter moet zijn dan het FM-verhaal. Maar lokale radio's moeten beseffen dat we dit enkel kunnen als jullie achter ons staan. Daarom is samenwerken zo belangrijk. Met overleg moeten we erin slagen om van DAB+ voor lokale radio's een succes te maken, zowel met grote of kleinere vermogens.


We begrijpen dat vele lokale radio's een trauma hebben van de recente herschikking van de erkenningen. Een extra zendersite (of zelfs twee extra zendersites) heeft van vele lokale radio's onredelijke investeringen gevraagd. Deze lijn mogen we niet doortrekken naar DAB+.


Vandaag discussie voeren over vermogens heeft eigenlijk weinig zin. We zullen dit ten gepaste tijd doen en met de lokale radio's per regio's rond de tafel zitten. We zullen software simulaties van het bereik maken, al dan niet gebaseerd op onze testen in de field. Zo kunnen we gepaste oplossingen vinden voor iedere DAB+ MUX. De beste oplossing voor lokale radio's in een regio zal niet noodzakelijk de oplossing zijn voor lokale radio's in een andere regio. Soms kan een 5000 Watt zender met 2 steunzenders van 250 Watt de oplossing zijn. Er zullen situaties zijn waar 4 zenders van 1000 Watt met 1 steunzender van 250 W nodig zullen zijn. Hier zal kennis en praktijkervaring een grote rol spelen. Vandaar dat discussies daarover vandaag (nog) te vroeg zijn.


We blijven een realistische planning aanhouden, met het uitschakelen van FM in 2027 (einde van de vergunningen voor lokale radio's) en een introductie van DAB+ voor lokale radio's in 2024 (einde van de vergunning van Norkring, het vrijkomen van kanaal 10 en DAB+ vergunningen voor de landelijke radio's). We kijken dus min of meer aan tegen een termijn van 2,5 jaar waarin we lokale radio's kunnen voorbereiden op de grote stap naar DAB+. Gedurende die tijd kunnen we informatie uitwisselen en eventueel lokale DAB+ testen opzetten, uiteraard mits tijdelijke vergunningen van de overheid beschikbaar komen.



We kunnen wel reeds enkele theoretische feiten delen met jullie:


1. Het uitgestraald vermogen van een zender wordt verdeeld over een bepaalde bandbreedte. In plaats van over zuiver zendvermogen te spreken, kijkt men beter naar het vermogen per eenheid bandbreedte (de spectrale vermogensdichtheid in Watt/Hz).

   

100 Watt bij FM met een zwaai van 75 KHz heeft een bandbreedte van (ongeveer) 150 KHz. Als we 100 Watt (uitgestraald      vermogen) delen door 150 000 Hz (bandbreedte), dan krijgen we een "vermogen per Hz" van 0,000667 W/Hz of 0,667 mW/Hz.


2. Doen we hetzelfde voor een DAB+ zender van 1141,9 Watt met bandbreedte van 1712 KHz, dan delen we 1141,9 Watt (uitgestraald vermogen) met 1 712 000 Hz (bandbreedte) en krijgen we een "vermogen per Hz" van 0,000667 W/Hz of 0,667 mW/Hz.


Je ziet dus dat het theoretisch bereik van een 100 Watt FM zender overeen zal komen met het bereik van een 1141.9 Watt DAB+ zender.


Je zal je misschien afvragen wat de reden is van dit verschil. Wel, een DAB+ ontvanger is minder gevoelig dan een FM-ontvanger. Dit is het gevolg van de bandbreedte van de ontvanger (1712 KHz bij DAB+ tegenover 150 KHz bij FM).


3. De vergelijking tussen FM en DAB+ gaat uiteraard alleen op wanneer er kan vergeleken worden in gelijkaardige, even gunstige, omstandigheden. Je kan bijgevolg het DAB+ ontvangstbereik van de toekomst niet zomaar één op één vergelijken met het huidige bereik van een lokale radio. De FM-band zit in het deel waar de lokale radio’s mogen uitzenden immers overvol. Zenders zenden op slechts 100 KHz naast elkaar uit, terwijl FM eigenlijk gemaakt is voor een bandbreedte van 400 KHz per frequentie. Gevolg: we storen elkaar. Deze storingen zullen in de DAB+ band niet voorkomen wat de ontvangstkwaliteit uiteraard gunstig zal beïnvloeden.


4. Ook belangrijk: een verplicht conformiteitsattest wordt moeilijker naarmate het vermogen hoger wordt en de hoogte van de mast laag blijft.

 


Besluit:


De ideale oplossing zal afhangen van een groot aantal factoren per regio. Uit studies per regio zal de optimale oplossing per regio gevonden moeten worden om een zo goed mogelijk bereik te garanderen voor iedere DAB+ MUX.