Welke scenario’s zijn vandaag beschikbaar in België?


1. Vergunde DAB+ provider

De overheid schrijft een aanbesteding uit voor de realisatie van een DAB+ netwerk voor radio’s waar commerciële bedrijven aan meedingen. Lokale radio’s zijn dan VERPLICHT bij een vergunde DAB+ provider DAB+ diensten aan te kopen, mits maandelijkse vergoedingen. We mogen dit eigenlijk “scenario Norkring” noemen want zo gebeurt het momenteel voor de grote commerciële radiostations. Wie geld heeft “koopt” DAB+ zendruimte, wie het niet kan betalen valt uit de boot. Niet de beste optie!


2. Vergunde radiostations

Je kan ook werken volgens “systeem Wallonië”: de overheid maakt een wettelijk kader voor DAB+, ze creëert een aantal uitzendmogelijkheden voor lokale radio, ze kent erkenningen toe aan een aantal lokale radio’s… en daar stopt het ongeveer. Vanaf dan moeten de radiostations het zelf uitzoeken. Ze moeten gaan samenwerken, maar elk radiostation heeft zijn eigen zenderleverancier, heeft zijn eigen wensen, heeft andere belangen, … en dan zijn er ook nog de jarenoude vetes … . Met als resultaat dat er na één jaar nog maar één dab+ mux effectief aan het uitzenden is, haast alle anderen zijn nog aan het kibbelen. Niet de beste optie!


Misschien zijn er nog wel wat mogelijkheden?



Mogelijkheid 1 … het zelf doen


Wat heeft Lokaal Digitaal tot op heden gerealiseerd?


- We kunnen een DAB+ “mux” samenstellen die een signaal aflevert dat de DAB+ zender nodig heeft om een ensemble van radiostations uit te kunnen zenden. We kunnen die mux samenstellen op een lokale PC, maar ook op een server ergens in de “cloud”. Voor het samenstellen van zo’n mux gebruiken we DAB+ software. Als investering is er enkel een PC nodig of kan er servercapaciteit gehuurd worden. Deze software wordt gebruikt door verschillende grotere DAB+ stations in Europa.


- We kunnen vandaag deze mux op meerdere locaties uitzenden. Onze (software) simulaties tonen aan dat 1kW uitgestraald vermogen per zender nodig zal zijn om een realistisch zendbereik te verkrijgen.


- Momenteel zijn we aan het bekijken hoe we op een betaalbare manier stabiele verbindingen tussen MUX en zender kunnen realiseren. Voorlopig doen we dit over het publieke internet, maar testen tonen aan dat het publieke internet niet altijd voldoende stabiel is om een dergelijke stream van meerdere stations te transporteren. Uiteraard bestaan hier technische oplossingen voor, maar de kunst is de kosten voor de transmissies naar de zender(s) zo laag mogelijk te houden voor de lokale radio's. Een mogelijkheid, hoe het zou kunnen, kan je hier bekijken



Hoe ziet “Lokaal Digitaal” DAB+ voor lokale radio’s?


Op een mux zullen verschillende radiostations uit een streek/regio uitzenden. Wij hebben reeds verschillende mogelijkheden bekeken en komen, onder voorbehoud, voor Vlaanderen telkens uit op een 13 à 15 zendgebieden. Maar het is uiteraard aan de overheid om te bepalen hoe groot het zendgebied juist zal zijn en welke radiostations samen in een bepaalde mux zullen kunnen uitzenden.


De overheid zal ook bepalen welke radiostations zullen worden toegelaten: enkel de huidige lokale radio’s of ook andere (nog op te richten) spelers. Wij kunnen en willen daarover geen bevoegdheid hebben. Zo sluiten we meteen ook alle lobbywerk binnen onze werkgroep uit.



De werking van “Lokaal Digitaal”:


Organisatie: “Lokaal Digitaal” kan een vzw worden. Maar het kan ook een coöperatieve vereniging worden met elk radiostation als aandeelhouder. Dit is te bespreken en hang af hoe jullie hier tegenover staan.


Wie: Elk radiostation doet één investering van (minimum) één zendinstallatie. Elk radiostation kan vrij kiezen bij welke leverancier het materiaal aangekocht wordt. Op de meest gunstigste zendersite installeert het radiostation een DAB+ zendinstallatie waarop de toegewezen mux uitgezonden wordt.


Praktisch: “Lokaal Digitaal” kan voor de communicatie met de overheid zorgen. We zorgen uiteraard voor ondersteuning van de lokale radio’s (juridisch, technisch, het delen van de know-how). De IT’ers van “Lokaal Digitaal” kunnen voor het samenstellen van de verschillende muxen zorgen.


Apparatuur: Elk radiostation doet een investering van (minimum) één zendinstallatie. Elk radiostation kan vrij kiezen bij welke leverancier het materiaal aangekocht wordt. De apparatuur moet wel compatibel zijn met de andere installaties. Door het delen van ervaringen kunnen we elkaar helpen om de apparatuur met de beste prijs/kwaliteit te installeren.

Een volledige zendinstallatie installatie van een DAB+ zender, een filter (altijd nodig, zonder kan niet bij DAB+!) en een antennesysteem van 4 dipolen zal +/- 7000 euro ex-BTW kosten. In theorie kan een zender van 400 Watt op 4 dipolen +/-1600 Watt ERP (uitgestraald vermogen) leveren. Maar als je de kabel/filter verliezen aftrekt, zal deze installatie gegarandeerd 1000 Watt ERP kunnen opwekken. Trouwens, dipolen voor DAB+ zijn veel kleiner: op iets meer ruimte dan wat nodig is voor twee FM dipolen, kunnen vier DAB+ dipolen geplaatst worden.


Gezamenlijke kosten: Aangezien we voor het samenstellen van de muxen gratis software gebruiken die op cloud-servers draait, zal de gedeelde kost voor het samenstellen van de muxen voor de deelnemende radiostations heel goed meevallen.



Belangrijke afspraken:


- we zouden het logisch vinden dat elke omroep één zendlocatie inbrengt om een plaats te krijgen op de mux.

- elk radiostation is gelijkwaardig en zal dus altijd met max. 96Kbps mogen uitzenden.

- elk radiostation kan er ook voor kiezen om een lagere geluidskwaliteit te gebruiken.




Mogelijkheid 2 … het DAB+ zenderpark uitbesteden


Bij de vorige mogelijkheid was iedereen vrij te kiezen of je de DAB+ installatie in eigen beheer zou exploiteren of uitgeven aan een zenderoperator. Hier wijken we daar nu van af, bij deze mogelijkheid wordt het volledige DAB+ zenderpark uitbesteed aan operatoren. In het meervoud, want dat kunnen er verschillende zijn en niet zoals bij de nationale muxen dat één operator monopolie krijgt. De operator plaatst zenders en verhuurt de zendruimte aan lokale radio’s.

Het lijkt in het eerste opzicht op “systeem Norkring”: wie geld heeft komt op de mux, wie dat niet heeft valt uit de boot. Maar voor lokale radio maken we in deze denkpiste wel enkele zeer belangrijke nuances.


Zo werkt het...


  1. de overheid verdeelt Vlaanderen in verschillende zendgebieden. In de vorige mogelijkheid hadden we het al over een 13 à 15 gebieden, dit zijn dus verschillende muxen.
  2. de overheid schrijft een aanbesteding uit (bvb voor tien jaar om het rendement voor de operatoren te garanderen). Heel belangrijk in dit verhaal: de overheid koppelt bepaalde gebieden aan elkaar. In die gekoppelde gebieden zal op de verschillende muxen niet hetzelfde signaal uitgezonden worden. De gebieden worden in de aanbesteding aan elkaar gekoppeld: de mux van Antwerpen wordt bvb gekoppeld aan de muxen van de Westhoek en de Vlaamse Ardennen; of de operator die intekent voor de mux van Gent moet bvb ook verplicht een mux in de Kempen opstarten.
    Economisch interessante gebieden, waar veel omroepen samen op een mux zullen zitten, worden zo gekoppeld aan economisch minder interessante gebieden. Dit is belangrijk om te vermijden dat operatoren enkel voor muxen in de interessante regio’s zouden kiezen en dat men voor minder interessante regio’s geen operator zou vinden, waardoor er lokale radio’s niet zouden kunnen uitzenden
  3. de operatoren schrijven zich in en degene die het hoogste bod uitbrengt krijgt de muxen toegewezen.


Uiteraard moet de ontvangstkwaliteit voldoen aan de door de overheid opgelegde criteria en de veldsterkte zal door de operatoren moeten gegarandeerd worden. Aangezien de overheid de criteria niet vrijgeeft, verwachten wij dat de veldsterktes van het signaal dezelfde zijn als deze waaraan ze moeten voldoen voor de nationale omroep. Dat lijkt ons billijk ! Want het is niet omdat je een lokale radio bent, dat je moet tevreden zijn met een mindere ontvangstkwaliteit. Bij gebrek aan informatie van de Vlaamse overheid, werken wij van Lokaal Digitaal met de richtlijnen “EBU tech 3391” die je hier kan terugvinden.


Anders dan bij de nationale muxen is het de overheid die aan de operatoren oplegt welk maximumtarief ze aan de lokale radio’s mogen vragen. Dit tarief is voor alle lokale radio’s in Vlaanderen hetzelfde en wordt uiteraard jaarlijks geïndexeerd.


Het is de overheid die de lokale radio een erkenning toekent, waarmee ze kunnen gaan aankloppen bij de operator van het zendgebied dat hen wordt toegewezen. Zonder die erkenning mag de operator het signaal niet doorsturen. Op die manier wordt vermeden dat muxen worden volgepropt met spooksignalen die enkel dienen om het de concurrent onmogelijk te maken zijn product in de lucht te brengen, zoals dat momenteel op de nationale muxen het geval is. Op deze manier krijgt elke lokale radio dezelfde kansen.



Belangrijke noot:


- Uiteraard hebben alle lokale radio’s recht op een geluidskwaliteit van 96Kbps.

- Het is aan de overheid om erover te waken dat de muxen/zendgebieden zo verdeeld worden, dat alle lokale radio’s wel degelijk een kans krijgen om uit te zenden op DAB+. Dat er voor een bepaalde mux bvb 15 lokale radio’s zijn die een erkenning ontvangen, terwijl er maar plaats is voor 12 zenders, kan en mag uiteraard niet gebeuren.


De uitdaging bestaat erin om een realistisch tarief te vinden dat zowel voor de lokale radio’s als voor de operator economisch haalbaar is. Hoe de zendgebieden zullen opgedeeld worden en hoe de erkenningen zullen toegewezen worden aan de lokale radio’s, is uiteraard een andere belangrijke discussie die niet bij deze denkoefening hoort.



Alle opmerkingen, meningen,… zijn uiteraard beleefd welkom via ons e-mail adres op deze website.